In bepaalde omstandigheden wordt de huidige anti-hivbehandeling (c-ART) van samenstelling veranderd, dit noem je switchen. De meest voorkomende omstandigheden om te switchen zijn:
- ‘Viral failure’: dit betekent dat de hoeveelheid hiv-virus in het bloed weer toeneemt ondanks het innemen van medicatie. Meestal wordt dit veroorzaakt door resistentie van het virus tegen één of meerdere geneesmiddelen van de huidige combinatie therapie.
- Bijwerkingen van één of meerdere geneesmiddelen van de huidige combinatie therapie. Zowel voor de patiënt merkbare bijwerkingen (bijvoorbeeld ernstige huiduitslag, lipodystrofie, misselijkheid, diarree) als niet-merkbare bijwerkingen (bijvoorbeeld verhoging cholesterol of verminderde functie van de nieren) kunnen een reden zijn de geneesmiddelen in de combinatie te veranderen.
- Verbetering oude c-ART. Er komen steeds weer nieuwe anti-hivmiddelen op de markt, daarom kan het voorkomen dat er inmiddels betere geneesmiddelen beschikbaar zijn dan degenen die de patiënt momenteel gebruikt. De nieuwe geneesmiddelen hebben vaak minder bijwerkingen of zijn gemakkelijker in te nemen (eenmaal daags in plaats van tweemaal daags of twee of meer middelen in een combinatiepil).
- Andere redenen zoals co-infecties of andere bijkomende ziektes.
Een therapieswitch wordt van te voren altijd uitgebreid met de patiënt besproken. Ook bij de keuze van de nieuwe therapie spelen de wensen en voorkeuren van de patiënt weer een grote rol. Wanneer de hoeveelheid hiv-deeltjes in het bloed niet te meten is tijdens de switch, blijft de huidige c-Art gewoon werkzaam, er kan dus altijd weer terug geswitcht worden.
Meer informatie: