Door studies met grote aantallen mensen die de vorige eeuw hebben plaatsgevonden, weten wij dat verhoogde bloedvetten (lipiden) en heel in het bijzonder een verhoogd cholesterol oorzaak zijn van een aanzienlijke oversterfte door en toegenomen ziekte van hart- en vaatziekten en dat een krachtige behandeling deze oversterfte kan corrigeren. Sinds kort weten wij dat het met zo een krachtige behandeling zelfs mogelijk is om, ook wanneer er al schade is opgetreden, het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk te beperken. Ook voor het meten van de lipiden geldt dat meerdere metingen (tenminste 3) nodig zijn om een oordeel te vellen over de lipiden-status van een individu behalve wanneer bij een meting onder gestandaardiseerde omstandigheden zeer hoge waarden worden gevonden.
Cholestorel
Het risico voor hart- en vaatziekten neemt toe naarmate het cholesterol hoger wordt. Er is hierbij geen scherpe grens te trekken tussen 'normaal' en 'te hoog'. Wanneer wij dat toch doen, is dat om praktische redenen. De grenswaarde waarboven wij tegenwoordig zeggen dat het cholesterol verhoogd is, is de laatste jaren naar beneden bijgesteld. Twintig jaar geleden was dat nog een cholesterol < 7.5 mmol/l, tegenwoordig < 6.0 mmol/l en bij personen met andere risicofactoren (diabetes, hypertensie of het doorgemaakt hebben van een hartinfarct) vinden wij dat het cholesterol < 5.0 mmol/l moet zijn.
Het 'goede' en 'slechte' cholesterol
Er is de afgelopen 20 jaar veel discussie geweest over het HDL-cholesterol (het 'goede' cholesterol) dat juist verhoogd moet zijn, het LDL-cholesterol (het 'slechte' cholesterol) dat niet te hoog mag zijn zijn en de andere vetfracties in het lipidenspectrum. Tegenwoordig zijn wij van mening dat het het totale cholesterol is, dat telt en dat de waarden van de andere vetfracties er vooral toe dienen om onze beoordeling van de betekenis van de waarde totale cholesterol kracht bij te zetten.
Cholesterol en dieet
Waarom sommige mensen op een gegeven moment een verhoogd cholesterol hebben, weten wij niet zeker. De voeding in onze jeugd speelt zeker een rol, maar een natuurlijke aanleg is waarschijnlijk minstens zo belangrijk. Wanneer bij iemand eenmaal een verhoogd cholesterol is vastgesteld, levert een strikt gehouden vet-arm dieet maar een bescheiden bijdrage aan de verlaging van de gevonden waarde. Dit betekent natuurlijk niet dat het dieet geen rol meer speelt: vet levert veel calorieën en veel calorieën leidt tot obesitas.
Behandeling
De behandeling van een verhoogd cholesterol berust sinds 25 jaar op de zogenoemde statinen, remmers van de cholesterolvorming in de lever. Aangetoond is dat door verlaging van het cholesterol met deze middelen de oversterfte aan hart- en vaatziekten die in verband staat met het verhoogde cholesterol, aanzienlijk kan worden gereduceerd. Daarnaast hebben deze middelen ook nog een nog niet goed begrepen anti-ontstekingswerking, waardoor zij ook worden toegepast bij diabetes mellitus en bij de preventie van hart- en vaatziekten. Voor het verlagen van het totale cholesterol zijn alle statinen waarschijnlijk gelijkwaardig.
Een keuze voor of tegen een bepaalde statine kan berusten op de prijs (de oudste statine, simvastatine is tevens de goedkoopste) maar ook op de kans op bijwerkingen, de kans op een reactie met andere geneesmiddelen en op de wijze waarop zij in het lichaam worden omgezet. Naast de statinen zijn ook andere middelen op de markt maar hiervan is het voordeel veel minder duidelijk.
Moet iedereen met een verhoogd cholesterol worden behandeld met een statine? Evenals dat het geval is bij de andere facetten van het metabole syndroom (diabetes, hypertensie) is er ten aanzien van het effect van behandeling een paradox. Wanneer wij jonge mensen behandelen, zien wij daar aanvankelijk geen resultaat van ten aanzien van het voorkomen van hart- of vaatziekten. Jonge mensen krijgen in het algemeen geen hart- of vaatproblemen, ook niet als het cholesterol verhoogd is en van behandeling zien wij dus geen effect. Aan de andere weten wij dat we pas op latere leeftijd met behandeling beginnen we vaak achter de feiten aan lopen. Ook hier geldt dus dat een tijdige opsporing nodig is. Er zijn publicaties geweest waaruit zou blijken dat behandeling van een verhoogd cholesterol bij oude mensen geen gezondheidswinst meer oplevert. Uit een recente studie in Leiden is echter gebleken dat ook bij oude tot zeer oude mensen cholesterolverlaging nog gezondheidswinst oplevert.
Bijwerkingen en nuttig effect
Het nuttig effect van behandeling van een verhoogd cholesterol is boven besproken. Er is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor bijwerkingen. Alhoewel bijwerkingen kunnen optreden bij het gebruik van statinen, is het optreden hiervan zeldzaam. Spiervermoeidheid is de meest voorkomende bijwerking, die bij sommige statinen vaker voorkomt dan bij andere en zelden een reden is om de behandeling te stoppen. Andere bijwerkingen zijn zeer zeldzaam. In ieder geval geldt ook hier dat met een individuele aanpak in plaats van met een richtlijn-behandeling een goede keuze kan worden gemaakt.
Terug naar de informatie over de Metabole poli