A A A
mail pagina
print pagina

Hypertensie

We spreken van hypertensie wanneer bij 3 tot 5 opeenvolgende metingen onder gestandaardiseerde omstandigheden een bloeddruk wordt gevonden die hoger is dan 140 mm Hg systolisch (bovendruk) en/of 90 mm Hg diastolisch (onderdruk). Het voorkomen van hypertensie volgens deze criteria is aanzienlijk en varieert van rondom 5% bij jong volwassenen tot 25 - 30% bij personen die ouder zijn dan 60. Hypertensie (verhoogde bloeddruk) is een van de belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van herseninfarcten en –bloedingen, hartfalen, ziekte van de kransslagaderen van het hart en andere vormen van vaatziekten. Tijdige behandeling kan het risico op deze aandoeningen doen normaliseren. Hypertensie geeft in de eerste stadia geen klachten. Pas veel later in het leven kunnen de gevolgen van hypertensie aan het licht treden. Het is dan ook zaak om aanwezigheid van hypertensie op tijd vast te stellen.

Diagnose
Het stellen van de diagnose hypertensie is niet eenvoudig. De meting moet plaats vinden onder gestandaardiseerde omstandigheden met goed geijkte apparatuur. Bloeddruk is een sterk variabel fenomeen en verschillen in gevonden waarden van tot 50% zijn niet ongewoon. De bloeddruk kan op het spreekuur worden gemeten door de arts, door de praktijkassistent maar ook thuis en in al deze omstandigheden worden verschillende waarden gemeten. Of een behandeling wordt ingesteld hangt niet alleen van die waarden. In grote lijnen kan worden gesteld dat bij een bloeddruk hoger dan 180/100 vrijwel altijd tot een behandeling wordt besloten. Bij lagere waarden hangt het van de begeleidende omstandigheden af of en welke behandeling wordt ingesteld.

De consulten

De diverse onderzoeken vinden altijd plaats door of via de internist naar wie u bent verwezen. Bij het eerste consult wordt een uitgangsbloeddruk vastgesteld door middel van van een semi-continue meting, waarbij de bloeddruk gedurende tenminste 15 minuten wordt gemeten. Er vindt laboratoriumonderzoek plaats en er wordt een ECG (hartfilmpje) gemaakt. Bij het tweede bezoek wordt de bloeddruk op dezelfde wijze gemeten. Wanneer de bloeddruk nog steeds verhoogd is, wordt een echo van de nieren gemaakt. Meestal wordt ook een hart-echo gemaakt. Bij het 3e tot en met 5e consult wordt besloten of behandeling moet worden ingesteld en op welke wijze. In deze periode vindt meestal ook een ambulatoire 24-uurs meting plaats.

De behandeling

Bij de behandeling speelt het veranderen van leefgewoonten een belangrijke rol. Een licht zoutbeperkt dieet, gewichtsvermindering, vermindering van het alcoholgebruik, regelmatige lichaamsbeweging zijn vaak voldoende om van een lichte hypertensie een normale bloeddruk te maken. Probleem is en blijft dat het vaak moeilijk blijkt deze maatregelen op den duur te handhaven. Voor de medicamenteuze behandeling zijn er momenteel 7 verschillende klassen van medicijnen, die in enkelvoudige behandeling (monotherapie) voor lichtere vormen van hypertensie of in combinatie met elkaar kunnen worden gebruikt. De oudste groep medicatie en tevens de goedkoopste zijn de diuretica (plaspillen). Voor lichte vormen van hypertensie zijn deze middelen waarschijnlijk gelijkwaardig aan de nieuwere en dus veel duurdere medicijnen.

Bij bepaalde patiënten en onder bepaalde omstandigheden kunnen diuretica als eerste keuze worden beschouwd. Voor de zg. ß-blokkers, die tot voor kort met diuretica op een gedeelde eerste plaats stonden bij de initiële behandeling van hypertensie, is volgens de nieuwere inzichten veel minder plaats. In de meeste gevallen kan niet met monotherapie worden volstaan en soms zijn 4 tot 6 middelen nodig om een normale bloeddruk te bereiken. Ook hierbij bekijken wij iedere patiënt als individu en zijn het vaak de begeleidende omstandigheden zijn die een eerste keuze of een bepaalde combinatie bepalen. In alle gevallen geldt dat het effect van behandeling pas na enkele maanden kan worden vastgesteld, zodat het wel een jaar kan duren voordat een normale bloeddruk is bereikt.

Bovendruk of onderdruk
In het verleden werd voor het stellen van een behandelindicatie vaak naar de onderdruk gekeken. Die werd grofweg vastgesteld door het getal 100 te nemen plus de leeftijd in jaren. Tegenwoordig laten we ons veel meer leiden door de bovendruk. Bij oudere patiënten wordt een hogere waarde vaak nog acceptabel geacht.

Huisarts of internist?
Zeker bij lichtere vormen van hypertensie waarbij met een beperkt aantal middelen kan worden volstaan en er geen orgaanschade is, kan de patiënt na het instellen van de behandeling worden terugverwezen naar de huisarts. In dat geval stellen wij wel voor dat de patiënt éénmaal per jaar naar de polikliniek wordt verwezen voor een uitgebreide metabole check-up.

Nuttig effect en bijwerkingen
Geneesmiddelen hebben bijwerkingen. Dat geldt ook voor de geneesmiddelen die bij hypertensie worden gebruikt en zeker waneer er meerdere pillen moeten worden geslikt. Bij onze geïndividualiseerde aanpak houden wij daar ook altijd rekening mee. Wat goed is voor de een, is niet vanzelfsprekend goed voor de ander. Bijwerkingen die voor één persoon belangrijk zijn, hoeven dat niet voor een ander ook te zijn. In alle gevallen streven wij er naar dat het nuttig effect van onze behandeling (het verlagen van de kans op hart- , vaat- en hersenaandoeningen) groter is dan eventuele bijwerkingen van de medicijnen.

Terug naar de informatie over de Metabole poli
 
 

Afspraak maken

Voor afspraken kun u van maandag t/m vrijdag tussen 08.30-12.30 en 13.30-16.30 uur bellen naar het secretariaat Interne Geneeskunde.

Jan van Goyenkade 1
1075 HN Amsterdam
T: 020 - 662 24 94
F: 020 - 471 58 11
E: secretariaat-interne@jvg.nl
afspraak maken