020 – 305 58 00

Hepatitis B

Hepatitis B

Wereldwijd zijn er meer dan 350 miljoen mensen met het hepatitis B virus besmet, driekwart van deze mensen woont in Azië. Hepatitis B is een leverontsteking die wordt veroorzaakt door het hepatitis B virus. Het hepatitis B virus nestelt zich in de levercellen waarna de lever beschadigd wordt door het afweersysteem van de patiënt.

Een acute hepatitis B infectie veroorzaakt symptomen als buikpijn, misselijkheid en geelzucht. Na de acute infectie wordt het hepatitis B virus door 95% van de volwassen patiënten binnen enkele weken tot maanden geklaard, 5% ontwikkelt een chronische infectie. Chronische HBV-infectie wordt gedefinieerd als ‘seropositiviteit voor hepatitis-B-oppervlakteantigeen (HBsAg) gedurende een periode van meer dan zes maanden. Een chronische hepatitis B infectie kan levercirrose én -bij een klein deel van de patiënten zelfs leverkanker veroorzaken.

Transmissie: overdracht
Het hepatitis B virus wordt van mens op mens overgedragen door blootstelling aan geïnfecteerd bloed of lichaamsvloeistoffen die bloed bevatten. Enkele mogelijke vormen van transmissie zijn onbeschermd seksueel contact (als dusdanig valt Hepatitis B dan ook onder de seksueel overdraagbare aandoeningen ofwel SOA’s), bloedtransfusies, hergebruik van besmette naalden en overdracht van moeder naar kind.

Diagnose
Een infectie met het hepatitis B virus kan op verschillende manieren worden vastgesteld.

  1. Verhoogde leverenzymen (ALAT en ASAT) die vrijkomen door levercelbeschadiging: dit is vaak aanleiding om verder onderzoek te doen naar hepatitis B (en C).
  2. Positieve antistoffen tegen hepatitis B. Nadat er een infectie heeft plaatsgevonden worden door het afweersysteem antistoffen gemaakt: antiHBs, antiHBc en antiHBe. Wanneer alleen antiHBs positief is wijst dit op een eerdere vaccinatie.
  3. Aantonen van het hepatitis antigeen: HbsAg en HbeAg
  4. PCR: dit is onderzoek naar DNA: met deze test kan de exacte hoeveelheid hepatitis B in het bloed worden aangetoond en kan ook bepaald worden met welk soort (serotype) hepatitis B de besmetting heeft plaatsgevonden.

Vaccinatie
Hepatitis B infectie kan voorkomen worden door vaccinatie. Het is daarom heel belangrijk dat iedereen die risico loopt op blootstelling aan het hepatitis B virus gevaccineerd wordt. Hieronder vallen mannen die sex hebben met mannen (MSM), intraveneus druggebruikers, en mensen die naar het buitenland gaan waar zij mogelijk een bloedtransfusie nodig hebben of seks hebben.  Een volledige vaccinatie bestaat uit 3 injecties, die verspreid over een half jaar gegeven worden. Vier tot acht weken na de laatste vaccinatie moet u uw bloed laten onderzoeken. Het laboratorium gaat dan na of het lichaam genoeg antistoffen tegen het virus heeft aangemaakt. De hoeveelheid antistoffen heet ‘anti-HBs titer’. Deze titer moet in Nederland hoger dan 10 internationale eenheden per liter (10 IE/L) zijn. Er is dan voldoende bescherming tegen het virus. Deze bescherming is vermoedelijk levenslang.

Patiënten met hiv kunnen in het Medisch Centrum Jan van Goyen gratis gevaccineerd worden voor hepatitis B.

Onderzoek bij een nieuwe patiënt met hepatitis B infectie

  • Anamnese: een vraaggesprek met de arts of verpleegkundige over uw medische voorgeschiedenis, huidige symptomen, algehele conditie en alcohol en druggebruik.
  • Lichamelijk onderzoek
  • Laboratoriumonderzoek: behoudens onderzoek naar leverfunctie en de huidige hepatitis B infectie zal ook onderzoek verricht worden naar onderzoek naar eventuele virale co-infecties (andere hepatitisvirussen en hiv).
  • Echo bovenbuik
  • (in sommige gevallen) fibroscan: dit is een nieuwe techniek waarbij de hoeveelheid littekenweefsel in de lever wordt bepaald.

Behandeling
Een aanzienlijk deel van de patiënten met een chronische HBV-infectie behoeft geen behandeling. Of iemand met een hepatitis B infectie behandeld zou moeten worden hangt af van een aantal factoren:

  1. De ernst van de leverbeschadiging: dit wordt bepaald door een aantal laboratoriumbepalingen en eventueel door een leverbiopt of fibroscan.
  2. De hoeveelheid hepatitis B virus in het bloed (gemeten met PCR)
  3. Het soort (genotype) hepatitis B waarmee iemand besmet is. Er zijn inmiddels 8 genotypen (verschijningsvormen) van het hepatitis B virus bekend: genotype A t/m H. In Noord-Europa is genotype A het meest voorkomende genotype.
  4. De aanwezigheid van een hiv-infectie naast de hepatitis B infectie.
  5. Eventuele zwangerschap
  6. Andere ziekten of persoonlijke omstandigheden van de patiënt.

Bij de behandeling van een hepatitis B infectie wordt gebruikgemaakt van twee groepen geneesmiddelen:

  • Peginterferon (PEG-IFN)
  • Nucleosideanalogen: lamivudine, adefovir,  entecavir, telbivudine

Peginterferon
Peginterferon wordt een keer per week subcutaan (onder de huid) toegediend middels een injectie. Het voordeel van deze behandeling is dat bij een gedeelte van de patiënten een blijvende respons optreedt, dat wil zeggen dat het hepatitis B virus onderdrukt is, ook na het stoppen van de behandeling. De behandeling duurt meestal 48 weken. De voornaamste nadelen zijn de bijwerkingen zoals griepachtige verschijnselen zoals hoofdpijn, moeheid en koorts, lage bloedplaatjes en psychische verschijnselen zoals concentratiestoornissen, irritatie en depressie.

Nucleosideanalogen
Het voordeel van de nucleosideanalogen is de orale toediening, snelle daling van de hoeveelheid HBV in het bloed en het feit dat deze middelen nauwelijks bijwerkingen hebben. Het nadeel is dat er meestal geen blijvende respons optreedt zodat de middelen heel lang gegeven moeten worden.

Voor welk oraal middel gekozen wordt hangt af van de resistentie van het hepatitis B virus en van de aanwezigheid van co-infecties als HIV. Van de huidige orale middelen heeft entecavir het meest gunstige resistentieprofiel, entecavir en telbivudine hebben de grootste antivirale potentie.

Vervolgcontroles
Na het starten van de behandeling vinden de controles bij Peginterferon gewoonlijk een keer per maand plaats en bij nucleosideanalogen eens in de drie maanden. Bij de controles vindt gewoonlijk een gesprek en bloedonderzoek plaats.

Prik- of seksaccidenten
Na een prikaccident (wanneer iemand die hepatitis B negatief is geprikt wordt door een vervuilde naald) of een seksaccident (wanneer iemand die hepatitis B negatief is onbeschermd seksueel contact -bewust of door gescheurd condoom- heeft met iemand die hepatitis B positief is, kan een arts of verpleegkundige alsnog snel vaccineren en/of kant en klare afweerstoffen (anti-hepatitis B immuunglobuline) tegen het hepatitis B virus inspuiten. Dit alles moet zo snel mogelijk gebeuren, in elk geval binnen 24 uur. U dient in dit geval zo snel mogelijk contact op te nemen met het MC Jan van Goyen (tel 020-6622494), na kantooruren staat het nummer doorgeschakeld naar de mobiele telefoon van de dienstdoende internist. U kunt ook zo snel mogelijk naar een dichtbijzijnde EHBO gaan.

Artsen

Dr. I. M.E. Wentholt
Iris Wentholt is opgeleid tot internist-endocrinoloog in het AMC en heeft e...

Lees meer

Dr. D.W.M. Verhagen
Dominique Verhagen studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam....

Lees meer

Afspraak maken hepatitis b

U kunt van maandag t/m vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur bellen voor een afspraak of mailen naar de poli interne geneeskunde. U heeft wel een verwijzing van uw huisarts nodig. 

Vanaf 9 januari 2017 kunt u ook op maandagavond van 17.30 tot 19.30 uur terecht op de poli interne geneeskunde.

Buiten kantooruren (alleen voor spoed) wordt de telefoon doorgeschakeld naar de diensttelefoon van de dienstdoende internist.

 

Locatie Emmastraat
T: 020 – 6622494
E: secretariaat-interne@jvg.nl

Na het versturen van het formulier ontvangt u een kopie in uw mail.
Niet leesbaar? Verander tekst